Thuiskomen; en dan een nieuwe liefde in een onrustige wereld?
Na een vakantie voelt de wereld vaak anders. Maar dan stap je uit het vliegtuig, ruikt de vertrouwde lucht en meteen trekt het leven je weer in zijn oude ritme. Je ziet krantenkoppen over oorlogen, beelden vol verwoesting, discussies die verharden, nep-nieuws dat zich verspreidt als onkruid.
Het contrast met die zorgeloze avonden op het strand, of dat gevoel van lichtheid in de bergen, kan bijna niet groter zijn.
En dan sta je daar, in je eigen keuken. De verdroogde planten kijken je verwijtend aan. Je koelkast is bijna leeg, behalve een pot augurken en een pak yoghurt dat gisteren is verlopen. Terwijl je koffie zet, scrol je door het nieuws en je vraagt je af: Hoe kan ik in deze wereld nog luchtigheid vinden – laat staan een nieuwe liefde?
Geloven dat het zinvol is om iemand in vertrouwen te nemen of samen iets op te bouwen?
Toch is dat precies waar de uitdaging ligt. Freud schreef: “Wij zijn nooit zo weerloos tegenover het lijden als wanneer we liefhebben, en nooit zo hopeloos gelukkig als wanneer we de liefde beleven.” Het vraagt moed om je hart open te zetten in een tijd die vaak zo zwaar aanvoelt.
Het is verleidelijk om cynisch te worden, om je hart wat dichter te sluiten, alsof je zo beschermd bent tegen teleurstelling. En toch – liefde vraagt om kwetsbaarheid, juist in een wereld die hard kan zijn. Het begint ermee om te erkennen dat liefde niet de oorlog stopt, of de leugens ontmaskert. Maar wel dat het jou en mij een plek geeft waar we ademen, lachen, waar we onszelf weer terugvinden. Liefde maakt de wereld niet mooier in het groot, maar wel leefbaar in het klein.
Een cliënt vertelde me ooit: “Ik voelde me naïef toen ik weer verliefd werd, alsof ik de wereld niet serieus genoeg nam. Maar uiteindelijk merkte ik dat juist die liefde mij weer kracht gaf om wél in die wereld te staan.”
Misschien is dat de kracht van liefde in donkere tijden; dat ze niet ontkent wat er is, maar ons eraan herinnert dat we méér zijn dan onze angsten en zorgen. Dat er altijd een plek is voor lichtheid, nieuwsgierigheid en het avontuur van een ontmoeting.
Jung zou zeggen dat een nieuwe liefde ons helpt een onbekend deel van onszelf te ontmoeten.
Want hoe de wereld er ook uitziet, een nieuwe liefde blijft altijd een sprank van hoop. Een bewijs dat we, ondanks alles, nog steeds durven geloven in verbinding.
Liefde verandert ons perspectief, onze moed, onze bereidheid om mens te blijven in een tijd die ons vaak onmenselijk wil maken. Ze herinnert ons eraan dat zelfs in een verscheurde wereld, de ontmoeting tussen twee mensen nog altijd echt kan zijn.
In een wereld die soms uit elkaar lijkt te vallen, is liefde een stille daad van verzet.
Zoals Leonard Cohen zong: “There is a crack in everything, that’s how the light gets in.”
En in dat licht kan een nieuwe liefde ontstaan – niet omdat de wereld er mooier op is geworden, maar omdat jij de moed hebt om toch te hopen.