Ah, die nazomer…
Onlangs vertelde een client (eind 50-er) aan mij dat hij erg blij was met de dame die ik bij hem geïntroduceerd had. Echter, zijn ontmoetingen met haar noemde hij “bijzonder”. En dat een mens nooit te oud was om te leren. Dat maakte mij natuurlijk nieuwsgierig. Toen ik hem aan de lijn had, verduidelijkte hij deze opmerkingen; tot nu toe was hij gewend meteen in een verhouding te stappen, direct vol erin te duiken en dan later wel kijken of er ook een relatie opgebouwd kon worden. En deze dame deed het rustig aan, nam pas de volgende stap als dat voor haar goed voelde. En eigenlijk beviel hem dat veel beter!
Er komt een moment in je leven waarop je je realiseert dat je waarschijnlijk meer jaren achter je hebt liggen dan vóór je. Dat klinkt misschien wat somber, maar zo bedoel ik het helemaal niet. De nazomer kan immers prachtig zijn. De scherpe hitte is verdwenen, het licht wordt zachter en de avonden koeler. En juist dan kunnen er ineens nog van die aangenaam warme dagen tussen zitten.
Misschien lijkt een nieuwe liefde in deze fase van je leven daar wel een beetje op.
Wie na zijn vijftigste, zestigste of nog later iemand ontmoet, begint natuurlijk niet meer als een onbeschreven blad. Je hebt immers al liefgehad. Misschien ben je gescheiden of heb je een partner verloren. Je hebt wellicht kinderen gekregen, successen gekend, fouten gemaakt, mensen verloren en waarschijnlijk ook een paar keer gedacht: “Dát doe ik dus nooit meer!”
En dan, ineens, kom je iemand tegen…
Toen we jong waren, konden we ons nog tamelijk onbekommerd in de liefde storten. Eerst verliefd worden en daarna zagen we wel. Samenwonen in een huis met nauwelijks meubels, ruzie maken over niets en vervolgens in bed belanden om het daar weer goed te maken.
Op latere leeftijd werkt dat toch iets anders.
Niet omdat het verlangen verdwenen is. Integendeel. Maar omdat je inmiddels weet dat aantrekkingskracht en liefde twee verschillende dingen zijn. En dat een relatie niet vanzelf ontstaat omdat twee mensen geweldige seks met elkaar hebben.
Waarschijnlijk is het een beter idee om het, in deze fase van je leven, juist eens anders te doen. Eerst ontdekken wie die ander eigenlijk is. Hoe iemand reageert als iets tegenzit. Of je samen kunt lachen. Of er stiltes mogen vallen.
Hoe iemand spreekt over zijn kinderen, zijn vorige partner, zijn vrienden. Of je je veilig voelt bij elkaar. En vooral: of er langzaam iets ontstaat waarop je verder kunt bouwen.
Want je bouwt een huis tenslotte ook niet door eerst het dak te plaatsen.
Een nieuwe relatie op latere leeftijd vraagt misschien wel om meer geduld dan vroeger. Niet omdat we voorzichtiger of angstiger zijn geworden, maar omdat we inmiddels weten wat er op het spel staat. Je hebt een eigen leven opgebouwd. Een huis, familie, vrienden, gewoontes, vakanties, misschien zelfs een favoriete kant van het bed. De ander heeft dat ook.
Misschien is volwassen liefde wel het vermogen om een volgende stap pas te zetten wanneer de vorige stevig genoeg staat. Eerst vertrouwen. Dan verbondenheid. Vervolgens intimiteit. Niet omdat daar regels voor bestaan, maar omdat haast zelden een goede raadgever is wanneer iets waardevol moet worden.
Jung schreef dat de ontmoeting van twee persoonlijkheden lijkt op het contact tussen twee chemische stoffen: als er een reactie plaatsvindt, worden beide veranderd.
Dat vind ik een mooie gedachte.
Want natuurlijk mag een nieuwe liefde je veranderen. Graag zelfs. Maar je hoeft daarvoor niet meteen je hele zorgvuldig opgebouwde leven omver te gooien.
De liefde in de nazomer is anders dan die in de lente.
Wellicht minder overrompelend. Minder naïef. Maar daarom niet minder intens. Je weet inmiddels dat liefde niet alleen bestaat uit verlangen, maar ook uit betrouwbaarheid, aandacht, nieuwsgierigheid en het langzaam toelaten van een ander in je leven.
Het is op deze leeftijd verstandig om eerst samen het huis te bouwen.
En pas daarna te kijken hoe stevig het bed staat.