Waarom het moderne daten het onszelf moeilijker maakt.
Onlangs vertelde een cliënt mij over een eerste date.
Niet de date zelf bleef haar bij, maar wat erna gebeurde.
Toen ze thuiskwam, pakte ze haar telefoon. Ze stuurde haar beste vriendin een bericht. Daarna zocht ze op internet naar signalen van vermijdende hechting. Vervolgens vroeg ze ChatGPT wat het betekende dat hij tijdens het gesprek twee keer op zijn horloge had gekeken. De volgende ochtend besprak ze haar twijfels met haar therapeut.
"En weet je wat het gekke is?" zei ze. "Na al dat nadenken wist ik eigenlijk minder goed wat ik voelde dan daarvoor."
Die opmerking bleef bij mij hangen.
Want ergens lijkt dat typerend te zijn voor het moderne daten.
Nog nooit hadden we zoveel informatie tot onze beschikking. Podcasts over relaties, boeken over narcisme, video's over rode vlaggen, artikelen over hechtingsstijlen en algoritmes die ons binnen enkele seconden vertellen wat bepaald gedrag mogelijk betekent.
En daardoor lijken veel mensen zichzelf, hun intuïtie, ervaring en gezonde verstand juist minder te vertrouwen. Misschien komt dat doordat het daten zich grotendeels afspeelt in een wereld van interpretaties. Een bericht dat drie uur onbeantwoord blijft, een wat vreemde emoji, het wel of niet bekijken van een Instagram-story; alles krijgt betekenis.
Men kan moeiteloos uitleggen wat een traumaband is, hoe de Dark Triad werkt en welke hechtingsstijl hun laatste partners hadden. Maar wanneer ik vraag wat zij zélf voelen bij iemand, blijft het vaak opvallend stil. Alsof alle aandacht naar de analyse is gegaan en er weinig ruimte overblijft voor de ervaring zelf.
Dat is jammer.
Niet dat psychologische kennis onbelangrijk is. Integendeel. Het kan enorm helpen om patronen te herkennen, grenzen te stellen en schadelijke dynamieken te begrijpen. Maar kennis heeft ook een schaduwkant. Zodra we iemand een label geven, stoppen we vaak met kijken en lijkt het verhaal compleet.
Terwijl mensen zelden zo eenvoudig zijn. Niet iedere teleurstelling is een rode vlag. Niet iedere emotioneel onbeschikbare persoon is een narcist. En bij een sterke emotionele reactie is er niet altijd sprake van een borderliner. Soms speelt er angst, verlangen of hoop. Of een combinatie van alle drie.
Het daten lijkt daarom meer onderscheidingsvermogen van ons te vragen dan ooit tevoren. En dan niet het vermogen om de ander perfect te analyseren maar het vermogen om jezelf niet kwijt te raken terwijl je probeert iemand te leren kennen.
De mensen die uiteindelijk duurzame relaties opbouwen zijn zelden degenen die alles direct begrijpen. Vaak zijn het juist de mensen die bereid zijn om te observeren, tijd zijn werk te laten doen. Nieuwsgierig te blijven, open te blijven staan.
Uiteindelijk is dit de grootste uitdaging; niet alleen leren hoe je gevaarlijke mensen kunt herkennen. Maar leren hoe je verbonden blijft met jezelf, daarbij een zekere mate van onzekerheid accepterend. Want liefde vraagt uiteindelijk niet om de perfecte analyse. Ze vraagt om voldoende vertrouwen om aanwezig te blijven terwijl het verhaal zich langzaam ontvouwt.
In een liefdesrelatie zet je, zoals Jung ooit zei, alles op het spel. Je geeft jezelf bloot. Je stopt met het machtsspel en met proberen de ander te domineren of te veroveren.
Echter, als het je lukt de ander werkelijk lief te hebben, als je écht een liefdesrelatie aangaat, dan gebeuren er allerlei wonderlijke dingen. Helaas word je in de beginfase meestal beheerst door een zekere blindheid: verkeerde verwachtingen, teleurstellingen en verwijten. Je moet je eerst door dat alles heen werken. En juist daardoor word je bewuster.
Ik heb niet gezegd dat het aangenaam is.
Maar als je de ander niet op die manier liefhebt, verdwijnt die eerste verliefdheid en loop je na verloop van tijd ‘gewoon’ weg.
Misschien begint onderscheidingsvermogen precies daar: niet bij het analyseren van de ander, maar bij het begrijpen van jezelf.
